Het verhaal van Karl Heinz Marotzki

Het verhaal over Marotzki werd in 1948 in diverse kranten beschreven. De Provinciale Drentsche en Asser Courant kopte "Marotzki, de laatste Duitse krijgsgevangene in ons land" en de Nieuwe Leidsche Courant had "Illegaliteit mocht van zijn telefoon gebruik maken".

Maar wie was Marotzki eigenlijk en wat heeft hij de laatste maanden van de tweede oorlog voor Coevorden betekend.

Marotzki woonde voor de oorlog in de vrijstaat Danzig waar hij als tandtechnicus werkte, was er getrouwd en had vele Poolse vrienden met wie hij, omdat hij zelf uit een Pools geslacht kwam meer omging dan met de in Danzig wonende Duitsers. 

Toen Hitler Polen binnenviel werd hij zeer tegen zijn zin in om zijn kennis van de meteorologie ingedeeld als Inspektor bij een Duitse "Funkstelle". Na de inval in het westen trok hij, zoals in de kranten stond "de oorlog en Hitler verwensend naar Frankrijk". Van het front en de gevechten kreeg Marotzki maar weinig te zien. Zijn troep lag meestal ver achter de linies van waar hij weerberichten aan de Luftwaffe doorgaf. 

Na de invasie werd ook Marotzki's Funkstelle door de oprukkende geallieerden opgejaagd naar het Noorden. Tenslotte kwam het weerstation in september 1944 in Coevorden aan. Coevorden ging die dagen gebukt onder een terreur van de landwacht, SS en SD. Marotzki trok met zijn troep in het huis van een NSB-er, ondanks dat hij het met de partij aan de stok kreeg wist hij zich daar toch te handhaven. Deze ontwikkelingen werden nauwgezet gevolgd. 

Sinds Marotzki de commandant van de landwacht een document had laten tekenen waarin deze verklaarde dat de huiszoeking annex plundering bij kapper Meerstadt onrechtmatig geschied was had hij met hen geen problemen meer. Dreigden er moeilijkheden dan kwam dat papier bij de landwachters op tafel. Meer moeite had Marotzki met de SS en de SD, maar hij slaagde er toch in velen uit hun handen te halen. Zo lukte dat onder andere met ds. Nijen Thilhaar en het hoofd van de christelijke school uit de Nieuwe Krim en drie mannelijke leden van de familie Hazelaar. En zo werd in Coevorden snel bekend waar je moest zijn als er moeilijkheden met de Duitsers dreigden. Zelfs stelde Inspektor Marotzki zijn telefoon ter beschikking aan de illegaliteit. Marotzki werd door diverse burgers in de gelegenheid gesteld om onder te duiken maar omdat hij vond dat hij in functie meer kon doen bleef hij in dienst tot de Canadezen op 6 april 1945 Coevorden binnentrokken. 

Met andere Duitse krijgsgevangenen werd Marotzki op transport gesteld naar een groot kamp in Oost-Vlaanderen. Vanuit Coevorden werden door de burgerij pogingen in het werk gesteld om hem vrij te krijgen. Dit lukte niet. In oktober melde Marotzki zich als vrijwilliger om mijnen te ruimen in Nederland. Al gauw was hij de vertrouwenspersoon van de groep van 300 mijnenruimers. Moeilijkheden met de Nederlandse bewaking waren zeldzaam. Alleen de mensen die gedwongen werden om mijnen te ruimen waren in de regel onhandelbaar. Deze groep heeft zelfs geprobeerd de kazerne in Bergen op Zoom in de lucht te laten vliegen. Door ingrijpen van Marotzki werd dit verhinderd. Het gevolg was dat er tot twee maal toe een aanslag op hem werd gepleegd, echter zonder succes. 

Ondertussen hadden de mensen die door hem geholpen waren niet stil gezeten. In mei 1947 mocht hij zich, zij het onder streng toezicht weer gaan werken als tandtechniker. Toen de laatste groep Duitsers naar huis werden gestuurd moest Marotzki met hen mee. Marotzki wilde zelf niets liever dan in Nederland blijven. Zijn vrouw en dochter waren in 1944 omgekomen en zijn ouders werden vermist. Daarnaast was een terugkeer naar Duitsland voor hem onmogelijk geworden omdat de Duitsers nu wisten van de rol die hij in de oorlog had gespeeld. Dat was dan ook de reden dat men hem niet met de andere krijgsgevangenen heeft teruggestuurd. De kranten meldden in mei 1948 dat Marotzki "Binnenkort toestemming zal krijgen om in Nederland te blijven. Ondertussen werkte hij in een tandtechnisch laboratorium".  

Herman Woltersom