De bevrijding verteld door Ab Meijerink, Coevordenaar van "over de brug" 

Als je in de Eendrachtstraat, De Goeman Borgesiusstraat, de Batavierstraat, de Gramsbergerstraat of in de zogenaamde witte huizen van de aardappelmeelfabriek woonde, werd je door de overige bevolking van Coevorden geacht te behoren tot de bewoners "van over de brug". Je kon in die dagen de buurt alleen maar bereiken via de Bentheimerbrug, die in feite de enige verbinding vormde tussen de stad en Coevorden-oost.

Als je van de Bentheimerbrug in oostelijke richting ging, kwam je via de Eendrachtstraat langs het Nederlandse douane kantoor en via de Marechausseekazerne op de Esschenbruggerdijk en doorgaand langs de grensovergang, in de Duitse Graafschap terecht.

Op 3 april stopt er stopt er een Duitse vrachtwagen voor ons huis in de Eendrachtstraat. Meteen horen we vliegtuigen in duikvlucht naar beneden gieren en het schieten van boordwapens. Mijn ouders duiken in een hoek in de keuken, terwijl mijn broer het bij ons wonende evacueetje, afkomstig uit Zuilen bij Utrecht, onder de bedstee van de ouwelui schuift, waar hij tenminste nog enige beschutting van het dikke dekenpakket heeft. We zitten met elkaar in doodsangst te wachten op een volgende beschieting, maar na de eerste duikvlucht hebben de jagers even tijd nodig voor een volgende aanval. In die tijd springen de bestuurder en de bijrijder vanuit de gang tussen de huizen, snel weer als de bliksem weer in de wagen en rijden met het vehikel als de weerlicht naar de Esschenbruggerdijk, waar wat meer bomen staan, die hen aan het zicht van de jagers onttrekken. We halen opgelucht adem. Ons mankeert niets en we hebben toch, ondanks alles ook nog wel respect voor die beide Duitsers die ons verder onheil bespaarden.

We schrijven donderdag 5 april 1945. Het is al enkele dagen onrustig in de stad en de omgeving. De Engelsen hebben de overhand in de lucht op de Duitsers heroverd en bestoken met hun jachtvliegtuigen vrijwel alles wat zich maar onder hen beweegt. Duitse voertuigen worden kapot geschoten en spoorlijnen afgezocht naar de nog schaars rijdende goederentreinen. Vandaag moet je de Duitsers niet te veel voor de voeten lopen, want loopt zo de kans meegenomen te worden om schutgaten te graven. Ik loop even na de middag naar de overkant, nummer 52 en we overleggen of we de ouwelui eventueel bij mijn zus in de kelder laten schuilen als de toestand dat noodzakelijk maakt. Ik ga weer terug en zie dat er bij ons op nummer 65 twee Duitsers in het portaal achter de voordeur staan. Moeder heeft blijkbaar tegen haar gewoonte in de deur niet op slot gedaan, waardoor de beide soldaten het portaal als uitgangspunt hebben gekozen.

De jongste heeft een zogenaamde pantservuist, een gevreesd tankafweergeschut op zijn schouder. De oudere, een SS-er en onderofficier geeft hem het bevel te wachten met vuren totdat hij het bevel daarvoor krijgt. Het jonge ventje, misschien een jaar of zeventien oud knikt van ja en kruipt weg achter de deurpost. Ik krijg van de SS-er de "raad" maar gauw te maken dat ik weg kom, want "die Tommies sind bald da". Ik ren achter het huis om naar binnen en leg mijn ouders en broer de situatie uit. We pakken wat zaken bij elkaar en gaan achteruit, de gang tussen de huizen door naar de overkant, naar nummer 52. Allen verschuilen zich in de kelder, waar aan de buitenkant voor het kelderraam enkele zakken gevuld mat zand zijn gestapeld. Ik wil op de hoogte blijven van de situatie en ga langs de achtertuin "de Goeman" in waar ik op de hoek van de woning van de familie Scholte ter Horst nog enkele kennissen zie staan, waaronder mijn vriend Rieks Croezen. We kijken de Esschenbruggerdijk in en menen in de verte wat licht geschut te horen, maar zien eigenlijk nog niets. Dan wordt het schieten duidelijker hoorbaar en zien we Duitsers langs de Esschenbruggerdijk achter de bomen wegduiken. We blijven nog even staan, maar het wordt ons te link en ik besluit met Rieks in de kelder bij de familie Supheert in de Goeman nummer 62 dekking te zoeken. Po dat moment zien we enkele zogenaamde bren-carriers tussen de bomen naderen en begint het schieten in alle hevigheid. Ook horen we het huilende geluid van ons over heen gaande granaten, kennelijk afgeschoten door de eveneens naderende tankeenheden.

Amper zit ik in de kelder of er klinkt een geluid of de wereld vergaat. De Bentheimerbrug vliegt de lucht in. Dynamiet onder en zes vliegtuigbommen boven op de brug vernielen de brug voor de tweede keer binnen vijf jaar. Even is het rustig, maar dan horen we lawaai dat uit onze straat schijnt te komen. Rieks Croezen wil uit de kelder achter de huizen langs bij Scholte ter horst op het hoekje proberen te kijken wat er loos is. Maar ik kruip op mijn buik door de gang naar de voordeur eb doe die een klein beetje open. Ik zie tot mijn verbazing militairen met stenguns vuurklaar van gang naar gang springen in de Goeman, die nog leeg is, daar iedereen nog in dekking is. Rieks komt binnen gerend en schreeuwt: "Ze zijn er!......Ze zijn er!....).

Het bleken Canadese troepen van The Lake Superior Regiment te zijn, een tankbrigade die onder commando van Major Calqhoun bezig is op te rukken naar de stad, maar tijdelijk wordt opgehouden door de vernielde Bentheimerbrug. We rennen de straat op en maken de bevrijders duidelijk dat er geen Duitsers in de straat te vinden zijn. Ze begrijpen ons niet of willen ons niet begrijpen want ze blijven zeer consequent de huizen en omgeving zoeken naar eventuele vijanden. De straat is nu vol juichende en ook van blijdschap huilende mensen. Ik neem eerst een kijkje op Eendrachtstraat 52 en zie dat allen in goede welstand zijn. Dan loop ik richting douanekantoor. Daar staat een brandende bren-carrier waarin zich de reeds half verkoolde lijken van twee inzittenden bevinden. Deze jongens, Brampton en Cliff zijn gesneuveld door een voltreffer. Een pantservuist afgevuurd vanuit de bosjes naast het huis van Gossen aan het eind van de Eendrachtstraat, heeft een eind gemaakt aan het leven van deze twee jonge Canadezen. De scherpschutter heeft zijn daad met de dood moeten verkopen. Hij ligt met nog een gedode Duitser naast het houten rijwielherstelwerkplaatsje van Gerrit Gossen. Ik meen in de jonge Duitser dezelfde te herkennen die bij ons op nummer 65 in het portaal heeft gestaan, maar zeker weet ik het niet.